© Ramon Mosterd

Een gat in de grond...

 

Naast schrijfster ben ik ook archeoloog. Dat betekent dat ik in de grond zoek naar dingen die mensen daar lang geleden hebben achtergelaten. Door het onderzoeken van die voorwerpen en sporen probeer ik iets te zeggen over hoe mensen vroeger leefden; of het nou driehonderd, drieduizend of dertigduizend jaar geleden is. Hieronder leg ik uit hoe een archeoloog te werk gaat, en laat ik wat van mijn mooiste vondsten zien. Alle foto's die je ziet, zijn van opgravingen waar ik zelf aan mee heb gedaan!

Graven

Bij archeologie denk je misschien als eerste aan mannen met baarden die de hele dag op hun knieën met een kwastje zitten te borstelen. Of Indiana Jones. Maar kijk maar eens op het linker plaatje!

 

Als eerste komt er namelijk een hele grote graafmachine, die de grasmat en de bovenste laag tuinaarde eraf haalt. Als we dat met de hand zouden moeten doen, zouden we wel even bezig zijn! De kraanmachinist maakt alles mooi vlak en glad. De archeologen kijken intussen of er iets te vinden is en of de graafmachine niet teveel weghaalt. Maar vergis je niet: als het moet, kan de kraanmachinist laagjes wegschrapen van 1 cm dik!

 

Als de graafmachine zo diep heeft gegraven dat de archeologen kunnen zien wat er onder de grond ligt, mogen we zelf aan de slag. Vooral met een schep, zoals op het rechter plaatje. Maar heel soms ook echt met een tandenstoker en een kwastje. Dit is vooral bij bijzondere vondsten die voorzichtig moeten worden behandeld, of bijvoorbeeld skeletten waarbij je ieder botje goed moet kunnen zien.

Sporen

 

Spannend! We kunnen in de grond kijken! De meeste mensen denken dat we dan ook meteen goud of dino's vinden. Maar jammer genoeg zijn die allebei heel zeldzaam (vooral dino's...). Wat we het meeste vinden, zijn sporen van gebouwen en kuilen of greppels. Kijk maar op het linker plaatje.

 

In Nederland bouwden de mensen niet met steen, want dat zit hier niet in de grond. Ze bouwden met hout. En als hout verrot in de grond, laat het een donkere vlek achter. Die vlekken kun je vaak goed zien. Ook als mensen ergens gegraven hebben, slibben de gaten meestal dicht met anders gekleurde grond. Met een schep of met de graafmachine hakken we de sporen doormidden, zodat we kunnen zien hoe diep ze zijn en om de vondsten eruit te halen. Nadat de archeologen zijn geweest, is dus eigenlijk alles weg! Daarom moeten we alles heel goed vastleggen. Dat gebeurt met foto's en tekeningen.

 

Zo'n tekening zie je op het rechter plaatje. Alles is op schaal getekend, 1:20. Dat betekent dat 1 cm op de tekening, in werkelijkheid 20 cm is. Zo heb je niet zoveel papier nodig! Als iets groot of juist heel klein is, tekenen we 1:50 of 1:10. De tekening wordt altijd ingemeten aan de hand van coördinaten. Zo weten we later precies waar in Nederland we onze sporen hebben gevonden.

Vondsten

Maar gelukkig zijn er ook spullen te vinden. Die hebben we heel hard nodig om erachter te komen hoe oud de sporen zijn. Mode is namelijk van alle tijden. En sommige dingen werden dus alleen maar in een bepaalde periode gemaakt. Munten zijn helemaal handig, want daarvan weten we vaak precies in welk jaar ze geslagen werden. Maar munten zijn er pas zo'n beetje vanaf de Romeinse tijd.

 

Heel soms vinden we wél een keer goud, zoals op het linkerplaatje. Deze hanger heeft misschien wel aan de ketting van een belangrijke dame gehangen. Ze leefde in de vroege middeleeuwen. Maar ook al is dit een hele mooie vondst, hij zegt eigenlijk verder maar weinig over het dagelijks leven van de mensen. Daarvoor hebben we afval nodig. Heel veel afval!

 

Denk maar aan een privé-detective. Als hij iets over iemand te weten wil komen, kijkt hij als eerste in de vuilniszak. Het afval van vroeger bestaat vooral uit scherven (zoals op het rechterplaatje) en dierenbotten. En als je heel ver teruggaat in de tijd, zijn er geen scherven maar vuurstenen bijlen, mesjes of pijlpunten die gebroken, versleten of verloren zijn. Aan al deze dingen kunnen we zien wat mensen iedere dag deden en wat ze aten. Zijn de botten vooral van paarden, koeien of varkens? Zijn de potten en pannen zelfgemaakt of komen ze van ver weg? En zo zijn er nog veel meer vragen te stellen, ook bij vondsten van metaal of hout. Door die vragen te beantwoorden, komen we erachter hoe het leven van de mensen er vroeger uitzag.

Oud hout

Mijn favoriete vondsten zijn gemaakt van hout. Dat lijkt misschien niet zo mooi of bijzonder, maar dat is het wel! Want hout rot normaal gesproken weg in de grond. Er zijn hele speciale omstandigheden nodig waarin hout honderden of zelfs wel duizenden jaren bewaard kan blijven.

 

Links zie je een houten schaal. Hij heeft dan wel een gat in het midden, maar toch is hij heel mooi! Iemand heeft heel veel moeite gedaan om hem glad te maken en de handgrepen mooi uit te snijden. Er zitten kleine versierseltjes langs de rand en hij bestaat uit één stuk hout. En het leukste: hij is wel tweeduizend jaar oud! Ooit is hij door iemand op zijn kop in een kuil gelegd.

 

Op het rechterplaatje zie je nog iets bijzonders. Er ligt namelijk een boot in het zand! De boot is gebouwd in de vroege middeleeuwen, zo'n 1200 jaar geleden. Hij is gemaakt van een halve uitgeholde boomstam en planken, die door gebogen balken (spanten) bij elkaar worden gehouden. Het lijkt gek dat de boot in het zand ligt, maar vroeger liep hier de rivier. Toen mensen nog geen kanalen en dammen aanlegden, verplaatsten rivieren zich in de loop van de tijd. Na een tijdje lag de

boot dus niet meer in het water, maar had de rivier er zand overheen afgezet. Er zijn in heel Europa nog maar weinig boten gevonden uit deze tijd. Dat maakt hem dus extra speciaal. We hebben hem niet opgegraven, want dat zou heel duur zijn en onder de grond ligt hij eigenlijk wel goed. Hij heeft het daar tenslotte al meer dan duizend jaar overleefd! Hopelijk mogen we hem ooit nog eens beter onderzoeken.

 

Als laatste, op het plaatje hieronder, zie je een van mijn oudste archeologische vondst tot nu toe. Het is een mat, gevlochten van dunne wilgentenen. Hij is een meter breed en meer dan 35 meter lang, en ligt op de oever van een rivier die nu niet meer bestaat. We weten eigenlijk niet zo goed waar de mat voor heeft gediend. Hij heeft nooit rechtop gestaan, want we hebben geen palen gevonden. Vissen zouden er zo onderdoor zwemmen en het vlechtwerk is eigenlijk te mooi om een oeverversteviging te zijn. Hij dateert tussen de 3900 en 3700 jaar geleden, het begin van de midden-bronstijd. En eigenlijk vind ik het wel leuk dat we niet precies weten wat het is! Wie weet komt hij nog wel eens in een verhaal terecht...

/ © 2020 Linda Dielemans

    • Instagram - Black Circle
    veldtekening