Geestenkrijger - een verhaal uit de midden-bronstijd

In mijn nieuwste boek neem ik je mee naar de midden-bronstijd, ongeveer 3500 jaar geleden. We zitten dus nog steeds in de prehistorie, maar wel 3500 jaar later dan Zomerwoud! Alle mensen leven nu in boerderijen, vaak met stallen, en ze hebben vee, akkers en weides.

Brons!

​​

De belangrijkste verandering vind je al in de naam van dit tijdperk. Naast steen om werktuigen van de maken, is er nu ook brons. Dat is een metaal dat bestaat uit een mengsel van koper en tin. Eigenlijk zijn dit gesteenten, die je moet bewerken om het metaal eruit te krijgen. Als je dat metaal dan smelt, kun je het in een mal gieten waardoor het bijna iedere vorm kan krijgen die je wilt! Er werden bijlen van gemaakt, en wapens zoals speerpunten of zwaarden. Maar ook sieraden kon je er goed van maken; het glimt als goud.

 

Maar in Nederland en België zit helemaal geen koper of tin in de grond. Veel werktuigen werden dus gewoon nog van steen gemaakt. Brons kon alleen via ruilhandel hierheen komen. De bronzen voorwerpen hier zijn gevonden, zijn gemaakt volgens een bepaalde mode, bijvoorbeeld Frans of Scandinavisch. Maar betekent dat dan, dat ze daar zijn gemaakt? Of hebben de bronssmeden hier gewoon goed naar de buitenlandse mode gekeken?

​​Een plek voor de doden

 

Een ander bijzonder kenmerk van de bronstijd kun je op sommige plekken nog steeds zien. Bijvoorbeeld op bepaalde Brabantse en Drentse heidevelden of in de bossen van de Utrechtse heuvelrug. Voor sommige mensen werden, nadat ze overleden waren, grafheuvels aangelegd. Het zijn meestal ronde, lage heuveltjes met daaronder een graf. De dode kon een man, een vrouw of een kind zijn, en was gecremeerd of begraven. Soms stond er een kring van palen rond de grafheuvel, soms lag er een aarden walletje omheen, of helemaal niets. Ze liggen vaak in groepjes bij elkaar of op een lijn, meestal op een hoog, goed zichtbaar punt in het landschap. Maar er zijn veel te weinig grafheuvels voor alle mensen die in de bronstijd geleefd moeten hebben. Er is dus iets speciaals aan de hand. Maar wat dat precies is? Dat heb ik in Geestenkrijger geprobeerd te ontdekken.

Verdwenen in het water

 

In het begin van de bronstijd kreeg de dode nog allerlei giften mee: bijvoorbeeld een zwaard of een mooie mantelspeld, samen met allerlei kleine werktuigen die de dode tijdens zijn of haar leven gebruikt had. Maar in de loop van de tijd werd er steeds minder meegegeven, vooral in Zuid-Nederland en België. Die spullen kwamen nu ergens anders terecht. Ze werden namelijk weggegooid! Maar niet zomaar overal. Zwaarden en wapens kwamen vaak in een grote rivier terecht, zoals de Maas. Sieraden vinden we vaak in moerassen of vennen. Water moet dus een bijzondere betekenis voor de mensen hebben gehad. Misschien woonden er wel geesten. Of waren het poorten naar de onderwereld? Het is in ieder geval heel spannend om erover na te denken! Dat vinden veel archeologen natuurlijk ook. Door wetenschappelijk onderzoek proberen zij erachter te komen hoe het nou écht zat. Maar tot nu toe weet nog niemand het zeker.

De wijde wereld

 

In Dover, Engeland, werd een tijd geleden in de grond een boot gevonden. Hij was gemaakt van enorme eikenbomen en heel precies in elkaar gezet met balkverbindingen en twijn. De naden waren dichtgestopt met mos, zodat hij niet zou lekken. De boot stamde uit de midden-bronstijd. En het lijkt erop, dat hij is gebruikt om mee op zee te varen!Dover ligt heel dicht bij Calais, Frankrijk. Zelfs nu nog is dit de meest gebruikte route om met de veerboot over te varen naar Engeland. Maar ook in de bronstijd was er dus al verkeer tussen het Europese vasteland en Groot-Brittannië! En het blijkt ook wel uit de spullen die we vinden. Er zijn heel duidelijke Britse

zwaarden en bijlen op het vasteland gevonden. Die kunnen niet anders dan via de zee naar ons toe zijn gekomen.Juist doordat koper en tin niet zomaar overal in de grondzitten, waren veel mensen afhankelijk van handel. Je moest op reis om bepaalde spullen te gaan halen, of je moest mensen kennen die dat deden. De wereld was dus een stuk groter dan in de midden-steentijd van Alja en Erkin. En dat blijkt ook wel uit een paar bijzondere vondsten die zijn gedaan bij Stonehenge, een beroemd prehistorisch monument in Engeland waaraan van de nieuwe steentijd tot de vroege bronstijd werd gebouwd. Rond dat monument liggen heel veel grafheuvels. Moderne onderzoekers zijn erachter gekomen dat sommige mensen die daarin liggen helemaal niet uit Engeland kwamen, maar uit bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied of een bergstreek in Centraal Europa. Blijkbaar was Stonehenge toen al zo beroemd, dat er net als nu al mensen van heel ver weg kwamen om het te bezoeken. Of was er iets anders...? Misschien kom je daar wel achter als je Geestenkrijger leest!

/ © 2020 Linda Dielemans

    • Instagram - Black Circle