Schaduw van de leeuw - een verhaal uit de ijstijd

Schaduw van de leeuw speelt zich af tijdens de laatste ijstijd. Een periode van steppes, rendierkuddes, mammoeten, grottenleeuwen en een ijskoude wind die altijd waait. Hier vertel ik iets over de achtergrond van het verhaal, dat 28.000 jaar teruggaat in de tijd...

Sneeuw?

​​

Als je aan de ijstijd denkt, denk je vast aan uitgestrekte sneeuwvlaktes vol met kuddes mammoeten, sabeltandtijgers en neushoorns. Al die dieren liepen ook in Nederland rond! Maar de ijstijd duurde ontzettend lang. Het klimaat wisselde regelmatig van héél koud en droog naar wat milder en natter. Hoe kouder het was, hoe minder mensen en dieren in Nederland leefden. Want op zijn allerkoudst waren grote delen van het noordelijk halfrond bedekt met gletsjers. En die kwamen helemaal tot in Nederland! Zowel mensen als dieren trokken dan naar het zuiden van Europa, waar het beter toeven was. En het grappige is, in die koude tijden lag er eigenlijk niet zoveel sneeuw. Het was vooral droog en zonnig. Maar wel koud. En de wind die over de boomloze steppe woei, maakte het voor je gevoel nog een stukje kouder!

​​Grotten

Maar waar kon je dan wonen? Soms worden de mensen uit die tijd wel eens 'holbewoners' genoemd. Maar dat is eigenlijk een beetje vreemd. Want het waren gewoon mensen zoals jij en ik. En ze hadden geen betere ogen dan wij en ademden ook niet graag rook in. Want dat betekent leven in een grot: het is aardedonker en de rook van je vuur kan nergens heen. Nee dus! Wel waren er in steile rotswanden van de riviervalleien in Europa vaak ondiepere holtes te vinden - abri's noemen we die. Eigenlijk een soort natuurlijke overkappingen, die wél heel geschikt waren om in te wonen. Je was beschut tegen weer en wind en er was licht en frisse lucht. Maar als er geen abri's te vinden waren, maakte je een tent van palen en dierenhuiden. Die kon je ook weer afbreken en met je meenemen, al was het een behoorlijk gesleep!

Wat eet je in de ijstijd?

 

Tja... Door die kou groeien er niet heel erg veel planten en bomen. Appels plukken en nootjes zoeken zit er dus niet in. Maar wat dan wel? In de lente en de zomer groeiden er bloemen en kruiden op de steppe. Maar er stond vooral vlees op het menu, en rendier was het populairst. Op die grote, koude vlakte leefden namelijk grote kuddes, zoals op de foto hiernaast. De rendieren zwierven het hele jaar door het land, op zoek naar steeds weer een nieuwe plek met vers gras en mos. En de mensen zwierven gewoon mee. Want om vlees te eten, moet je jagen. En er zijn natuurlijk nog meer dieren om te eten. Kleinere, zoals hazen en vogels, maar ook grotere, zoals bizons, reuzenherten en natuurlijk mammoeten! Al werden die grote, gevaarlijke dieren minder vaak gegeten. Want voor een goede bontjas, pezen voor touw, benen gereedschappen, vet en groen - mos is voor mensen niet te eten, maar wél als het al half verteerd uit een dierenmaag komt! - waren rendieren goed genoeg. Maar als je echt stoer wilde doen en een superchique bontjas wilde, dan waagde je je leven voor de vacht van een holenbeer of holenleeuw. Die waren nog groter dan de beren en leeuwen van nu... En als het dan gelukt was, hing je die berentanden aan een ketting om je nek zodat iedereen kon zien dat je met een beer had gevochten - en het had overleefd!

Kunst!

 

Je zou nu misschien denken dat het leven hard en moeilijk was, en dat mensen de hele tijd alleen maar bezig waren met overleven. Maar als mensen ergens goed in zijn, dan is het wel zich aanpassen. En dus vonden ze tussen het jagen en speerpunten maken en het vuur aan houden door ook nog tijd voor andere dingen. Kijk maar eens naar het beeldje hiernaast. Dat kan zo moderne kunst zijn, toch? Maar deze dame is zo ongeveer 28.000 jaar oud, gevonden in Tsjechië tijdens de opgraving van een nederzetting uit de ijstijd. Er zijn best veel van zulke beeldjes gevonden. Ze zijn gemaakt van gebakken klei - zoals de vrouw hiernaast -, mammoetivoor of steen. Het stellen vaak vrouwen voor, soms mannen, maar ook dieren of zelfs een combinatie van mens en dier...

Naast beeldjes werden er ook nog kralen gemaakt om als een ketting te dragen of om op je jas te naaien, en fluiten van bot om muziek mee te maken. Er is zelfs wel eens een pop gevonden van mammoetivoor, met beweegbare armen en benen! En dan zijn er natuurlijk ook nog heel veel dingen gemaakt die allang vergaan zijn: voorwerpen van geweven gras en hout bijvoorbeeld. Maar één ding is wel heel goed bewaard gebleven. En dat is de kunst die in grotten werd gemaakt, zoals de bizon op het plaatje hieronder uit de grotten van Niaux in Frankrijk. Stel je eens voor: je leeft in de ijstijd en je staat voor een zwart gat - diep, donker, onheilspellend - maar je bent vastbesloten om je plan uit te voeren. Het enige licht dat je hebt, is een klein lampje: een platte steen met een holletje, gevuld met dierenvet en een lont. Eén vlammetje maar, en je moet het goed recht houden, anders loopt het vet eruit. Je stapt de grot in en meteen word je overvallen door een vreemd gevoel: de wind, die normaal gesproken altijd om je oren suist, is weg. De lucht staat stil. Langzaam ga je verder, de grond is bezaaid met rotsblokken en het wordt steeds donkerder, waardoor je steeds voorzichtiger moet lopen om niet te struikelen en je licht kwijt te raken. Je wringt je door nauwe gangetjes, je loopt minutenlang krom onder een laag plafond terwijl het water dat op je hoofd drupt de grond onder je voeten glibberig maakt. Je begint te denken dat je verdwaald bent en nooit meer zult ontsnappen, totdat je eindelijk bent waar je wilde zijn. Je houdt je lampje omhoog, zo ver als je kunt, maar boven je is alleen maar duisternis. Je roept je naam, en die echoot tientallen keren naar je terug, alsof je in een kathedraal staat, maar dan donker, en je bent helemaal alleen. Je loopt naar de wand en tast hem af. Hij is glad, wit en precies goed. Je zet je lampje neer, pakt je gereedschap uit de buidel om je middel en begint met mengen. Het wordt mooie rode verf. Precies goed om een grote, sterke mammoet op de rotswand tot leven te laten komen...

Je vraagt je nu misschien af waarom mensen grotten in gingen om te schilderen. En dan niet zomaar schilderen, maar alleen een bepaald soort dieren, en een bepaald soort figuren. Je moest er goed in zijn, want je had geen gum: alles moest in één keer kloppen. Is het een soort graffiti? Is het kunst? Heeft het iets met rituelen te maken? Niemand weet het. Maar wat wel zeker is, is dat het heel belangrijk was om te doen. Soms bouwden de kunstenaars zelfs steigers om op plekken te komen die onbereikbaar waren. Niet alleen moest je dan genoeg bouwhout meenemen (door die smalle gangetjes!), maar je moest ook bedenken hoeveel tijd je kwijt zou zijn en hoeveel licht je dus nodig zou hebben. Kortom, je moest dus heel goed plannen. Maar dat het onmisbaar was bewijst dit nog het meest: mensen bleven wel 30.000 jaar lang in grotten schilderen... 30.000 jaar!!!

Zoals je wel gemerkt zult hebben, kan ik hier nog wel pagina's lang over doorschrijven, zo interessant vind ik het, en ik hoop dat ik jullie ook een beetje nieuwsgierig heb gemaakt! Schaduw van de leeuw gaat over een meisje met bizarre dromen, dappere jagers en de ijskoude wind die altijd over de vlakte waait. Over mammoeten, beren en leeuwen. Maar ook over de mysterieuze tekeningen in die duistere grotten, waar niet iedereen zomaar komen mag...

Wil je meer grotschilderingen zien? Dan kun je natuurlijk op vakantie naar Zuid-Frankrijk of Spanje! Sommige grotten zijn nog open voor publiek, maar de meesten zijn gesloten omdat de schilderingen werden aangetast door de warmte en adem van de bezoekers. Maar je kunt ook dit filmpje op Youtube bekijken. Deze beelden komen uit de grot van Chauvet in Zuid-Frankrijk. De schilderingen hier zijn wel 32.000 jaar oud. Laat je betoveren!

    / © 2020 Linda Dielemans

    • Instagram - Black Circle